| 1). | Respecteer het ‘model van de wereld’ van de ander |
| 2). | De betekenis van je communicatie is de respons die je krijgt |
| 3). | De kaart is niet het gebied. De woorden die wij gebruiken zijn NIET de gebeurtenis die zij weergeven |
| 4). | Het gedrag staat niet voor wie de persoon is. Accepteer de persoon, niet persé het gedrag |
| 5). | De betekenis van al het gedrag is afhankelijk van de context |
| 6). | Elk gedrag heeft een positieve intentie |
| 7). | Elk huidig gedrag is de beste keuze die er is |
| 8). | De belangrijkste informatie over een persoon is het gedrag van deze persoon |
| 9). | Iedereen heeft alle hulpbronnen in zich die nodig zijn om de gewenste resultaten te halen |
| 10). | Er zijn geen onvermogende mensen, alleen onvermogende stemmingen |
| 11). | Iedereen heeft de leiding over zijn geest en daarom over zijn resultaten |
| 12). | De persoon met het meest flexibele gedrag heeft de grootste invloed |
| 13). | Er bestaat geen mislukking, alleen feedback |
| 14). | Weerstand bij een gesprekspartner is een teken van gebrek aan rapport |
| 15). | Alle procedures dienen keuzes te verruimen en gericht te zijn op éénwording van de persoon |